In 1887 neemt de Koninklijke Nederlandsche Locaalspoorweg-Maatschappij de spoorlijn Deventer – Apeldoorn in gebruik. Vijf jaar later laat de HSM de lokaallijn ombouwen tot hoofdspoorlijn. De daaropvolgende jaren groeit de lijn uit tot belangrijke schakel in het internationale treinverkeer. De spoorlijn is in 1951 geëlektrificeerd.

De Koninklijke Nederlandsche Locaalspoorweg-Maatschappij legt in de jaren ’80 van de negentiende eeuw vanuit Apeldoorn diverse lokaallijnen aan. In oostelijke richting bouwt de spoorwegmaatschappij een spoorlijn naar Deventer. In november 1887 neemt de KNLS het traject tussen Apeldoorn en de tijdelijke halte Deventer Rijsterborgh in gebruik. De HSM zorgt, net als op de andere verbindingen van de KNLS, voor de exploitatie van de lokaallijn. Twee maanden na de opening verlengt de KNLS de spoorlijn in Deventer naar het voorplein van het SS-station aan Staatslijn A. In september 1888 bouwt de HSM een eigen station aan de achterzijde van het station van de Staatsspoorwegen. Tegelijkertijd neemt de KNLS de aansluitende spoorlijn naar Almelo in gebruik. In 1890 gaat de exploitatie van de spoorlijn Almelo – Salzbergen over naar de HSM. Hiermee ontstaat voor de spoorwegmaatschappij een nieuwe rechtstreekse verbinding tussen Amsterdam en Noord Duitsland. De daaropvolgende jaren laat de HSM de spoorlijn dan ook ombouwen tot hoofdspoorlijn. Wanneer in 1893 ook de spoorlijn tussen Rotterdam en Hoek van Holland gereed is, groeit de lijn uit tot een belangrijke schakel in het internationale treinverkeer tussen Londen en Berlijn.

In 1920 is in Deventer op de plek van het station van de Staatsspoorwegen een nieuw gezamenlijk station in gebruik genomen. Hiervoor zijn de spoorlijnen door de stad opgehoogd en is ten oosten van het station een groot emplacement aangelegd. Het voormalige HSM-station is dat jaar gesloten en gesloopt. Omdat de samenwerkende spoorwegmaatschappijen diezelfde periode besluiten dat het baanvak Apeldoorn – Deventer – Almelo voortaan de belangrijkste verbinding tussen West Nederland, Twente en Noord-Duitsland is, wordt het gehele traject, met uitzondering van de IJsselbrug bij Deventer voorzien van dubbelspoor.

In 1951 is de complete verbinding tussen van Amersfoort via Deventer naar Oldenzaal en Enschede geëlektrificeerd. De spoorlijn Apeldoorn – Deventer krijgt hierbij enigszins afwijkende bovenleidingsportalen. De draagkabel is hierbij niet op zogenaamde bokken bevestigd maar op staande isolatoren. Tegelijkertijd met de elektrificatie verdwijnt Twello als laatste tussenstop tussen Apeldoorn en Deventer uit het Spoorboekje. In december 2006 is het dorp samen met de nieuwe voorstadshalte Apeldoorn Osseveld in de dienstregeling opgenomen en gaan weer stoptreinen op het traject rijden.

DIENSTREGELING

Na de opening van de lokaallijn laat de HSM dagelijks vijf tot zeven treinen tussen Apeldoorn en Deventer rijden. Wanneer ook het traject naar Almelo gereed is, rijdt het grootste deel van de treinen tussen Apeldoorn en Almelo. In 1892 is de verbinding omgebouwd tot hoofdspoorlijn en laat de HSM via Deventer rechtstreekse sneltreinen tussen Amsterdam, Enschede en Duitsland rijden. Tussen Amsterdam en Apeldoorn rijden deze treinen de eerste decennia vaak gecombineerd met treindelen van en naar Zutphen en Winterswijk. Ook gaan, in aansluiting op de boot naar Engeland, doorgaande internationale treinen van en naar Rotterdam en Hoek van Holland rijden. Het aantal binnenlandse doorgaande treinen over de voormalige lokaallijn stijgt in de loop der jaren tot zo’n tien per dag per richting. Tussen Apeldoorn en Deventer rijdt bovendien een aantal pendeltreinen.

In 1951 verbetert NS de doorgaande treindienst op het baanvak Apeldoorn – Deventer door de elektrificatie van het traject en de sluiting van Twello als laatste tussenstop tussen beide plaatsen. De treinen rijden voortaan in een starre uurdienst. Het ene uur rijdt een sneltrein Amsterdam – Enschede en het andere uur een sneltrein Rotterdam/Den Haag – Enschede. Vanuit Amsterdam en Hoek van Holland rijden enkele doorgaande internationale sneltreinen naar Oldenzaal en Duitsland. In de jaren ’60 laat NS de stoptreinen Deventer – Enschede elk uur vanuit Apeldoorn rijden. Zo ontstaat tussen Apeldoorn en Deventer een halfuursdienst.

Na de invoering van de nieuwe dienstregeling bij Spoorslag ’70 verdubbelt NS de frequentie van de doorgaande treinen tussen de Randstad en Twente tot een halfuursdienst. Voortaan rijdt elk uur een intercity Amsterdam – Enschede en een intercity Den Haag/Rotterdam – Enschede. Het Haagse treindeel rijdt hierbij tussen Deventer en Enschede als stoptrein. De aparte stoptreindienst Apeldoorn – Enschede vervalt.

Eind 2006 verdrievoudigt NS de frequentie tussen Apeldoorn en Deventer tijdens de spits. Op 10 december dat jaar wordt in Twello opnieuw een station in gebruik genomen. NS opent gelijktijdig in Apeldoorn de nieuwe voorstadshalte Osseveld. Voor de bediening van de stations is de stoptreindienst Almelo – Deventer doorgetrokken naar Apeldoorn. Buiten de spits rijden de stoptreinen eenmaal per uur. Tijdens de spits elk halfuur. Tegelijkertijd wordt in de brede spits de intercity Amsterdam – Amersfoort doorgetrokken naar Deventer. De treinen rijden ook op enkele andere momenten op de dag en onder andere op zaterdagochtend en zondagavond. Van december 2009 tot december 2012 rijden de extra intercity’s van en naar Rotterdam. Hierna rijden de treinen weer naar Amsterdam van waar ze doorrijden naar Enkhuizen. Vanaf december 2014 rijden de treinen ook buiten de spits in een twee-uursdienst op de uren dat de Intercity Berlijn niet rijdt. Vanaf december 2019 rijden deze treinen, met uitzondering van de IC Berlijn van en naar Den Haag Centraal. Intussen rijden de sprinters dan al een aantal jaar doordeweeks de hele dag in een halfuursdienst.

MATERIEELINZET

Tot de Tweede Wereldoorlog rijden alle treinen op het baanvak met stoomtractie. Na de oorlog zet NS in enkele doorgaande treinen van en naar Amsterdam, Rotterdam en Den Haag DE-5 treinstellen in. Na de elektrificatie van de verbinding rijden vrijwel alle doorgaande treinen met de nieuwe elektrische locomotieven en diverse rijtuigen. In 1960 versnelt NS de doorgaande treindienst tussen Den Haag/Rotterdam en Enschede door de inzet van elektrisch stroomlijnmaterieel. De treinen tussen Amsterdam en Duitsland en tussen Amsterdam en Twente blijven met getrokken materieel rijden. Na de invoering van het concept Intercity bij Spoorslag ’70 rijden de binnenlandse intercity’s tussen Den Haag/Rotterdam en Twente planmatig alleen nog met Materieel ’54. De treinen van en naar Amsterdam rijden met Plan E en Plan W rijtuigen.

In 1985 en 1986 neemt het Intercitymaterieel de diensten van het Materieel ’54 over. Vrijgekomen Materieel ’54 schuift door naar treinen tussen Amsterdam en Enschede. In de resterende getrokken treinen worden de Plan E rijtuigen vervangen door de nieuwe Intercityrijtuigen. In 1990 rijdt nog één dienst tussen Amsterdam en Enschede met getrokken materieel. Het Intercitymaterieel wordt inmiddels in twee diensten ingezet. De resterende treinen rijden nog altijd met Materieel ’54. Bij het ingaan van de winterdienst 1994/1995 rijden alle treinen tussen de Randstad en Enschede met Intercitymaterieel.

Voor de nieuwe spitsdienst tussen Amsterdam en Deventer least NS in Duitsland enkele tientallen rijtuigen. De rijtuigen krijgen de naam ICL en rijden met aan bijde zijden een locomotief uit de serie 1700 of 1800. De rijtuigen gaan in de eerste helft van 2009 alweer terzijde en worden opgevolgd door het Intercitymaterieel. De treinstellen worden in 2011 vervangen door het Dubbeldeks Interregiomaterieel. Wanneer de treinen van en naar Enkhuizen gaan rijden, zet NS beide materieelsoorten op de verbinding in.

NS rijdt de stoptreinen tussen Apeldoorn en Twente in eerste instantie met het Materieel ’64. In april 2009 worden de stellen vervangen door het Stadsgewestelijk Materieel. Het Materieel ’64 vervangt in de daaropvolgende jaren nog regelmatig Sprinterstellen. Vanaf september 2013 rijdt NS de complete sprinterdienst opnieuw met het Materieel ’64. In de loop van 2014 verschijnt in een deel van de sprinterdiensten opnieuw het SGM. Vanaf december 2014 rijdt het DD-IRM alle intercity’s tussen Den Haag/Rotterdam en Enschede. Het ICM blijft de treinen tussen Schiphol en Enschede en vrijwel alle treinen tussen Enkhuizen en Deventer rijden. In december 2015 worden de sprinterdiensten overgenomen door DD-AR-treinstammen. De daaropvolgende jaren verdwijnt het DD-IRM weer grotendeels van de verbinding. Daarentegen rijden DDZ-treinstammen steeds meer intercity’s. De sprinterdienst wordt van december 2019 tot februari 2021 nog eenmaal compleet met het SGM uitgevoerd. Hierna nemen de nieuwe SNG-treinstellen deze dienst voor hun rekening.

Het Intercitymaterieel zorgt decennialang voor een groot deel van het intercityvervoer tussen Twente en de Randstad. Op 15 juni 2021 zijn treinstellen 4020 en 4065 bij Teuge onderweg van Enschede naar Schiphol.

In een poging om het Duitse leger de weg naar het westen te versperren, blaast het Nederlandse leger de brug over de IJssel in 1940 op. In de bezettingsjaren is de brug weer berijdbaar. Het Duitse leger blaast de brug in april 1945 opnieuw op. Na de bevrijding bouwt de Britse genie een enkelsporige noodbrug. Het duurt nog tot 1982 totdat de brug is vervangen door een dubbelsporige oeververbinding.

Op de foto boven dit artikel: In de loop der tijd steken tal val kleurrijke internationale treinen de IJssel bij Deventer over. De laatste jaren resteert alleen de monotome IC Berlijn. Af en toe is nog een opvallende trein op het traject te zien. Op vrijdag 21 maart 2022 brengt Railexperts-loc 9901 de rijtuigen na een gezelschapsrit van Ede-Wageningen via Arnhem en Deventer naar de Amsterdamse Watergraafsmeer.