Na jaren overleg, wordt in de zomer van 2022 bekend dat de verbinding tussen Amsterdam en Berlijn bij het ingaan van de nieuwe dienstregeling 2024 met een half uur versneld wordt. De versnelling komt voorafgaand een de komst van nieuw materieel en permanente infrastructurele aanpassingen. Wel leaset NS voor de versnelde treindienst elf extra locomotieven van het type Vectron.

Sinds jaar en dag onderhandelen Deutsche Bahn, NS en de infrabeheerders aan beide zijden van de grens over versnelling van de relatief trage internationale verbinding tussen Amsterdam en Berlijn. Naast de samenhang met binnenlandse dienstregelingen is ook de traditionele locomotiefwissel in Bad Bentheim een vertragende factor. Bovendien raakt het materieel dat op de verbinding wordt ingezet langzaam gedateerd.

In 2019 bestelt Deutsche Bahn bij het Spaanse Talgo 23 nieuwe trek-duwtreinen, bestaande uit een set relatief korte rijtuigen van het Talgo-concept met bijpassende locomotieven. Later is besloten dat ook andere locomotieven de tractie moeten kunnen verzorgen. De nieuwe treinen krijgen de naam ICE-L en zijn onder andere bestemd voor de IC Berlijn.

Terwijl de levering van de treinen vertraging oploopt en eventuele  infrastructurele aanpassingen niet op tijd gereed kunnen zijn, wordt in de zomer van 2022 bekend dat de IC Berlijn bij het ingaan van de nieuwe dienstregeling 2024 toch alvast met een half uur versneld kan worden. De huidige reistijd van 6 uur en 20 minuten tussen Amsterdam en Berlijn kan door een aantal tijdelijke oplossingen bij het ingaan van de nieuwe dienstregeling op 10 december 2023 worden ingekort 5 uur en 50 minuten.

Om de IC Berlijn sneller te laten rijden, wordt in het najaar van 2023 in Oldenzaal naast het busstation een extra keerspoor met perron voor de Keolis-treinen van en naar Zutphen aangelegd. Hierdoor blijven de doorgaande sporen, waar nu nog gekeerd wordt, vrij voor de treindienst van en naar Duitsland. Volgens de plannen voor de nieuwe dienstregeling zouden de treinen van en naar Berlijn elkaar namelijk precies in Oldenzaal kruisen.

Voor de verdere versnelling van de IC Berlijn leaset NS vanaf eind 2023 elf extra locomotieven van het type Vectron bij ELL. NS heeft sinds 2020 al vier locomotieven van het type in gebruik voor de tractie van de Nightjets. Tijdens het instructieprogramma in 2020 en 2021 rijden de eerste twee exemplaren al een enkele keer met de rijtuigen van de IC Berlijn tussen Amsterdam en Bad Bentheim. In 2021 rijdt één van de NS-locs eenmalig de complete route tussen Amsterdam en Berlijn.

Door de inzet van de Vectrons behoort de locomotiefwissel in Bad Bentheim tot het verleden en kunnen de laatste conventionele locomotieven van de serie 1700 bij NS buiten dienst. In eerste instantie rijden de nieuwe locomotieven vanaf december 2023 met de rijtuigen die momenteel al actief zijn in de IC Berlijn. Ze kunnen later eventueel ook met de nieuwe Talgo-rijtuigen rijden.

Het nadeel van de Vectrons is hun relatief hoge gewicht en het bijbehorende gevaar voor de stabiliteit van de spoorbaan en ondergrond. In heel Nederland geldt daarom een beperking tot 100 km/u. Dagelijks mag NS met één trein deze beperking overschrijden. Momenteel rijdt daarom één van de twee Nightjet-treinen op baanvaksnelheid van 130 km/u. Omdat het inpassen van de dienstregeling voor de relatief trage IC Berlijn niet overal mogelijk is, heeft ProRail na onderzoek besloten voor een deel van het tracé van de IC Berlijn vrijstelling te verlenen. Terwijl voor een aantal delen van het traject tussen Amsterdam en Deventer nog een snelheidsbeperking van de 100 km/u blijft gelden en de dienstregeling hierop aangepast wordt, rijden de zeven treinen vanaf Deventer met 130 km/u. Wel blijft ProRail de stabiliteit van de spoorbaan en ondergrond hier intensief monitoren. Hierbij wordt gekeken naar de reactie van de grondlagen en de waterspanning in de ondergrond en het baanlichaam op de extra belasting.

De nieuwe opzet van de IC Berlijn wordt gebruikt voor de opzet van toekomstbestendige infrastructurele aanpassingen om de treindienst permanent te versnellen. De resultaten uit het bodemonderzoek worden bovendien gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek naar de stabiliteit van het spoor in heel Nederland.

E-loc 193 759 is op 11 februari 2021 bij Holten nog in de kleuren van Leasemaatschappij ELL voor de IC Berlijn te zien.

De verbinding tussen Amsterdam en Berlijn bestaat al sinds beide steden per spoor verbonden zijn. Sinds begin 20e eeuw rijden de meeste treinen tussen beide hoofdsteden via de grensovergang tussen Oldenzaal en Bad Bentheim. Na de Tweede Wereldoorlog zorgt het IJzeren Gordijn ervoor dat de verbindingen tussen Berlijn en West Europa aanzienlijk wordt beperkt. Voortaan rijden vanuit Amsterdam via Bad Bentheim vooral buurlandtreinen naar steden als Hannover en Braunschweig. Er rijden echter ook enkele D-treinen met rijtuigen voor Berlijn, Warschau en Moskou.

Na de val van de Muur in 1989 wordt het vervoer in Duitsland weer meer op Berlijn gericht. Vanaf 1991 rijden twee rechtstreekse treinen tussen Hoofddorp, Amsterdam en Berlijn. In eerste instantie bestaan de treinen uit een mengeling van Oost- en West-Duitse rijtuigen, tot Hengelo of Bad Bentheim regelmatig aangevuld met IC-rijtuigen van NS. De daaropvolgende jaren wordt de frequentie van de treindienst langzaam verhoogd en brengt DB steeds meer eenheid in het omvangrijke materieelpark. Na enkele jaren bestaan de treinen naar Berlijn alleen uit de blauw-grijze Interregio-rijtuigen. Tussen Amsterdam en Bad Bentheim wordt de tractie grotendeels verzorgd door de locomotieven uit de jaren ’50. Nadat deze eind jaren ’90 geleidelijk terzijde gaan, nemen de locomotieven uit de serie 1600 de treinen over. Rond 2010 verdwijnen de laatste 1600-en uit de reizigersdienst en nemen de locomotieven uit de serie 1700 onder andere de IC Berlijn over. De rechtstreekse treinen tussen Amsterdam en Berlijn rijden dan zo’n zeven keer per dag in een regelmatige twee-uursdienst. De rijtuigen rijden inmiddels in de Duitse IC-kleurstelling: wit met rode band.

Op 28 juli 2019 rijdt E-loc 1739 bij Olst met een omgeleide IC Berlijn naar de Duitse hoofdstad.
Op 14 september 2022, enkele dagen na de bekendmaking van de versnelling van de IC Berlijn, presenteert Deutsche Bahn de nieuwe rijtuigen voor de ICE-L. De L staat hierbij voor de lage vloer die de rijtuigen hebben. ICE-L is hiermee de eerste ICE met gelijkvloerse instap. De Spaanse fabrikant Talgo bouwt komende jaren 23 treinstammen van 17 relatief korte rijtuigen, inclusief stuurstand. De complete treinstammen zijn 256 meter lang en krijgen 85 zitplaatsen in de eerste klasse en 477 in de tweede klasse. De treinstammen krijgen drie plekken voor rolstoelen en acht plekken voor fietsen. Geheel volgens de maatstaven van de ICE krijgt ICE-L ook een restauratierijtuig en zijn er speciale plekken voor gezinnen met kinderen. De tractie van de trek-duwtreinen wordt verzorgd door bijbehorende locomotieven. De maximale snelheid van de ICE-L is 230 km/u. Volgens plan gaan de eerste treinstammen in het najaar van 2024 tussen Amsterdam en Berlijn rijden. In de zomer van 2025 moeten alle treinen tussen beide hoofdsteden met ICE-L gereden worden. In 2026 volgen de toeristische verbindingen naar Sylt en Oberstdorf.

Lees hier het uitgebreide persbericht van Deutsche Bahn

Op de foto boven dit artikel: Vanaf de tweede helft van 2020 least NS bij ELL de twee eerste Vectrons voor de inzet voor de Nightjet. De locomotieven rijden in eerste instantie regelmatig de Intercity Berlijn tussen Amsterdam en Bad Bentheim. In maart 2021 krijgt het tweetal de NS-huisstijl. Op 22 maart 2021 is de 193 759 voor het eerst in het geel voor laatstgenoemde trein te zien. Hierna is het de beurt aan de 193 766. Op de foto de loc met IC Berlijn 240 bij vertrek uit Deventer op 24 maart 2021.