Op 12 december 2021 gaan de laatste SGM-treinstellen buiten dienst. Omdat een echt afscheid vanwege de dan geldende coronamaatregelen niet mogelijk is, houdt NS de 2995 achter de hand om op een later moment met treinstel 2133 van het Spoorwegmuseum nog een afscheidsrit te rijden. In april 2022 wordt bekend dat het afscheid van het Stadsgewestelijk Materieel definitief van de baan is.

Halverwege de jaren ’70 presenteert NS het nieuwe Stadsgewestelijk Materieel. Het speciale Randstadmaterieel is ontwikkeld om naast het normale spoornet ook op toekomstige metrolijnen te gaan rijden. Uiteindelijk is de Zoetermeerse Stadslijn de enige speciale voorstadslijn en zwermen de sprinters geleidelijk uit over de stoptreindiensten in de Randstad en omliggende regio’s. In de eeuwwisseling zijn alle treinstellen gemoderniseerd. Diezelfde periode waaieren de oude sprinters steeds verder uit naar het oosten en zuiden van het land.

In 2019 begint de geleidelijke afvoer van de eerste serie sprinters van NS. Bij wijze van afscheid duiken de laatste treinstellen in het najaar van 2021, al dan niet als invaller, in vrijwel alle sprinterdiensten van NS nog wel een keer op. Treinstel 2995 rijdt bovendien de laatste week met een speciale bestickering rond. Bij het ingaan van de nieuwe dienstregeling 2022 op 12 december 2021 gaat het laatste Stadsgewestelijk Materieel definitief buiten dienst.

Omdat een echt afscheid met publiek vanwege de dan geldende coronamaatregelen niet mogelijk is, houdt NS de 2995 achter de hand voor een eventuele afscheidsrit met museumstel 2133 die al sinds de zomer van 2020 in het Spoorwegmuseum staat. Ook de 2995 is na de terzijdestelling tijdelijk in het Spoorwegmuseum neergezet. De andere treinstellen worden intussen in rap tempo gesloopt.

Op 30 maart 2022 is de 2995 naar Amersfoort overgebracht. Twee weken later wordt bekend dat het treinstel niet zal worden ingezet en de eventuele afscheidsrit definitief van de baan is. Belangrijkste reden is waarschijnlijk dat het weer op conditie brengen van het treinstel en de 2133 van het Spoorwegmuseum niet te verantwoorden is aangezien NS, net als de andere OV-bedrijven, nog altijd afhankelijk is van overheidssteun ter compensatie van de teruggelopen reizigersaantallen.

Bij het uit dienst gaan van een materieelsoort is het sinds de jaren ’80 gebruikelijk dat één of meer afscheidsritten plaatsvinden. De ritten zijn vaak op initiatief van de NVBS, maar ook andere verenigingen organiseren soms een ‘laatste rit’. De ritten vinden meestal plaats wanneer het materieel nog in dienst is. Zo hoeft geen materieel gestald en onderhouden te worden. De laatste jaren organiseert NS ook zelf afscheidsritten. Bij het Materieel ’64 gebeurde dit zelfs pas een half jaar na het uit dienst gaan van het laatste treinstel. NS houdt maar liefst drie treinstellen achter de hand voor het groots opgezette afscheid.

Op de foto boven dit artikel staan op 18 september 2016, een week voor de bekende, veelgefotografeerde tussenstop van de afscheidsrit van het Materieel ’64, SGM-stellen 2980, 2982 en 2136 in Amersfoort gereed als sprinter naar Hoofddorp.