Inmiddels zijn Intercityrijtuigen en het Intercitymaterieel uit de jaren ’80 het oudste reizigersmaterieel van NS. De komst van de ICNG zorgt ervoor dat de rijtuigen en een deel van het ICM buiten dienst kan. Vanaf 2020 gaan de eerste ICM-treinstellen mondjesmaat bij NS terzijde. In eerste instantie gaan de slechtste treinstellen aan de kant. In de loop van 2023 volgt de complete deelserie ICM 1. De resterende 86 treinstellen krijgen intussen nog een opknapbeurt zodat ze nog enkele jaren meekunnen.

Het Intercitymaterieel rijdt sinds halverwege de jaren ’80 samen met de getrokken Intercityrijtuigen een belangrijk deel van de Nederlandse intercitydiensten. In 1977 neemt NS al zeven proeftreinstellen in gebruik. Van 1983 tot begin 1994 bouwt Talbot in Aachen 87 driewagenstellen van de types ICM 1 en 2 en 50 vierwagenstellen van de types ICM 3 en 4. Het Intercitymaterieel wordt gekenmerkt door de zogenaamde doorloopkop. Hierdoor is het voor het personeel, de minibar én reizigers mogelijk om tijdens de rit van het ene naar het andere treinstel te lopen. De zeven proefstellen gaan in 2003 terzijde. De overige treinstellen zijn tussen 2006 en 2011 gemoderniseerd. De doorloopkop en de deuren aan de voorzijde zijn hierbij verwijderd.

Ter vervanging van de Intercityrijtuigen en een deel van de ICM-treinstellen bestelt NS in 2016 bij het Franse Alstom voor het eerst in bijna 25 jaar een nieuwe reeks enkeldeks Intercity-treinstellen. De treinstellen van het type Coradia Stream krijgen bij NS de naam Intercity Nieuwe Generatie. Het plan is dat de eerste stellen eind 2020 in dienst komen en de afvoer van het oude intercitymaterieel van start kan gaan. Ondanks dat de ingebruikname van de ICNG is uitgesteld, gaan in 2020 voor het eerst drie ICM-treinstellen van de vervolgseries buiten dienst.

Ondanks de aanzienlijk afgenomen reizigersaantallen en de uitgedunde dienstregeling vanwege de coronapandemie zet NS de afvoer van defect IC-materieel in 2021 niet door. Reden hiervoor is dat de complete serie DDZ-treinstammen aan de kant staat vanwege afwijkend rijgedrag. Uitzondering is treinstel 4024 die in mei dat jaar botsschade oploopt. De intensieve inzet en leeftijd begint het ICM  intussen steeds meer parten te spelen. Zo zijn in 2021 zo’n 25 treinstellen in Haarlem voor verschillende ‘ouderdomsverschijnselen’ behandeld. Meest voorkomend zijn corrosie en de slijtage aan de vloer rond de toiletten en de daar aanwezige kabelkokers.

Vanaf december 2021 keren de 49 DDZ-treinstammen geleidelijk terug op het spoor. Omdat NS verwacht dat de reizigersaantallen niet snel weer helemaal op het niveau van voor de pandemie komen, hervat de vervoerder in april 2022 de afvoer van de slechtste ICM-treinstellen. In tegenstelling tot eerdere plannen, gaan in de loop van 2022 treinstellen uit alle deelseries terzijde. In 2023 richt NS zich weer op de geleidelijke afvoer van de oudste deelserie. Tegelijkertijd is in de zomer in Onnen begonnen met het opknappen van de 86 treinstellen uit de andere drie deelseries.

De 45 driewagenstellen en 41 vierwagenstellen krijgen op een speciale locatie van de afdeling Research & Development van de werkplaats een flinke opknapbeurt. Zo worden vervuilde en versleten zittingen vervangen en vloeren en wanden schoongemaakt en eventueel van een nieuwe verflaag of folie voorzien. Ook de toiletten worden grondig gereinigd en indien nodig voorzien van nieuw meubilair. Het upgrade-project is in juli 2023 gestart en moet in mei 2024 gereed zijn. Vanaf februari 2024 wordt in de Amsterdamse werkplaats Zaanstraat ook het casco van de stellen onder handen genomen. Na de opknapbeurt moeten de treinstellen nog minimaal tot 2028 meegaan. Tegen die tijd zijn voldoende ICNG-treinstellen in dienst voor de geplande rechtstreekse treindienst tussen Breda, Groningen en Leeuwarden via de HSL.

Terwijl de 86 treinstellen van de deelseries ICM 2-4 worden opgeknapt, gaan in december 2023 de laatste treinstellen uit de eerste deelserie ICM 1 terzijde. Hoewel niet alle treinstellen aan het eind van hun levensduur zijn, is er te weinig onderhoudspersoneel beschikbaar om de stellen op de baan te houden. Treinstel 4011, dat op 14 december 1983 is afgeleverd, kan hierdoor nog net het veertigjarig jubileum halen.

Omdat de proefstellen nog altijd flink afwijken van de vervolgseries en zo feitelijk een aparte materieelsoort vormen, besluit NS deze niet te laten renoveren. In 2003 gaan de stellen al na 26 jaar terzijde. In 2004 zijn de 4002, 4003, 4006 en de kopbakken van de 4007 gesloopt. De middenbak van de 4007 vervangt de in 2002 grotendeels uitgebrande AB-bak van treinstel 4044. De bak is hiervoor zoveel mogelijk gelijk gemaakt aan de rest van het treinstel. Treinstel 4044 komt in de zomer van 2004 weer in dienst. De drie overgebleven treinstellen zijn gebruikt als oefenobject. De 4001 staat op Industriepark Kleefse Waard in Arnhem en de 4004 bij de Politieacademie in Ossendrecht. De kopbakken van de 4005 zijn in 2006 naar Utrecht overgebracht. De bakken zijn in 2009 en 2013 gesloopt. De middenbak van het stel staat tot mei 2017 in Amersfoort omdat het Spoorwegmuseum de bak in het museum wil plaatsen. Dat jaar ziet het museum hier van af en is de bak alsnog gesloopt.

Op de foto boven dit artikel rijden ICM-treinstellen 4052, 4035 en 4085 als intercity van Zwolle naar Roosendaal op 7 mei 2018 halverwege Arnhem Zuid en Elst. Twee jaar later is op deze plek de karakteristieke fiets- en voetgangersbrug Hoge Noot over het spoor geplaatst.