Halverwege de jaren ’70 presenteert NS het nieuwe Stadsgewestelijk Materieel. Het speciale Randstadmaterieel is ontwikkeld om naast het normale spoornet ook op toekomstige metrolijnen te gaan rijden. Uiteindelijk is de Zoetermeerse Stadslijn de enige speciale voorstadslijn en zwermen de sprinters uit over de stoptreindiensten in de Randstad en omliggende regio’s. Na de eeuwwisseling waaieren de oude sprinters steeds verder uit naar het oosten en zuiden van het land. In 2019 begint de geleidelijke afvoer van het SGM. In het najaar van 2021 zijn de laatste treinstellen al dan niet als invaller op een groot aantal trajecten te zien. Volgens plan gaan de laatste stellen het ingaan van de nieuwe dienstregeling 2022 buiten dienst. Op een later moment neemt NS officieel afscheid van het Stadsgewestelijk Materieel.

Eind 1972 bestelt NS bij Talbot in Aachen vijftien treinstellen van de het type Plan Y. Het nieuwe Stadsgewestelijk Materieel is in eerste instantie bestemd voor de nieuw te openen Zoetermeerlijn en de te ontwikkelen railverbinding tussen Utrecht en Nieuwegein. Twee stedelijke trajecten met veel haltes en snelle rijtijden. Ook op andere plekken in de Randstad worden plannen voor metro-achtige voorstadsverbindingen ontwikkeld. Het bijbehorende Randstadmaterieel moet hierbij zowel op het conventionele spoor als op de metrolijnen gaan rijden. De proefserie SGM 0 komt in 1975 in dienst. Tussen 1978 en 1980 bouwt Talbot nog eens 60 treinstellen.

Na de introductie op de Hoekse Lijn, gaan de sprinterstellen op de Hofpleinlijn, de Zoetermeerse Stadslijn en op de Oude Lijn tussen Den Haag en Rotterdam rijden. Van de ambitieuze plannen voor hogere frequenties en uitbreiding van het lijnennet in stedelijke regio’s om zo congestie van het wegennet te voorkomen, komt uiteindelijk weinig terecht. De honderden voorziene treinstellen worden dan ook nooit gebouwd. Door de toename van het reizigersvervoer en de afvoer van oud materieel besluit NS begin jaren ’80 nog wel om 45 treinstellen met een extra rijtuig te verlengen en 15 extra driewagenstellen te laten bouwen. Met de uitbreiding van het aantal treinstellen verspreidt het Stadsgewestelijk Materieel zich in de loop van de jaren ’80 ook naar de andere stoptreindiensten in Noord- en Zuid-Holland en later ook op de Flevolijn. Met de komst van het nieuwe dubbeldeksmaterieel in de drukkere stoptreinverbindingen in de Randstad en Flevoland, verschuift de inzet van het SGM voor een deel naar Noord-Brabant, de Zeeuwse Lijn, de stoptreindiensten rond Utrecht en de in 1992 geëlektrificeerde verbinding Dordrecht – Geldermalsen.

Hoewel het de bedoeling is de tweewagenstellen na de sluiting van de Hofpleinlijn en de Zoetermeerse Stadslijn voor de ombouw tot sneltramlijn uit dienst te halen, zijn alle 90 treinstellen tussen 2003 en 2009 in Denemarken gereviseerd. De stellen krijgen hierbij onder andere een compleet nieuw interieur en de nieuwe, hoofdzakelijk wit-blauwe, sprinterhuisstijl. Diezelfde periode zorgt de komst van het nieuwe SLT-materieel ervoor dat het Stadsgewestelijk Materieel van de Randstad naar het oosten en zuiden van het land verhuist. Vanaf 2008 rijden ze onder andere in de stoptreindiensten rond Arnhem. De daaropvolgende jaren volgen onder andere de stoptreinverbindingen in Zuid-Limburg, tussen Apeldoorn en Twente en tussen Nijmegen en ‘s-Hertogenbosch.

Bij het ingaan van de dienstregeling 2017 verhuist een groot deel van het SGM opnieuw naar een ander inzetgebied waarmee de meeste stellen weer in het westen van het land terechtkomen. Zo nemen de stellen de sprinterdiensten tussen Haarlem en Den Haag, tussen Rotterdam en Gouda Goverwelle, tussen Den Haag en Dordrecht en tussen Dordrecht en Roosendaal over van het SLT-materieel dat elders nodig is. Door de overname van de exploitatie door Arriva verdwijnt het SGM tegelijkertijd weer uit Zuid-Limburg. Vanwege de ombouw tot metrolijn staakt NS op 1 april 2017 de treindienst op de lijn waar het eerste SGM komt te rijden, de Hoekse Lijn.

In hun nadagen verschijnt het Stadsgewestelijk materieel voor het eerst in de noordelijke sprinterdiensten, waarmee ze dus uiteindelijk op het complete geëlektrificeerde NS-net zijn ingezet. Vanaf september 2019 rijden enkele stellen planmatig tussen Zwolle en Groningen en tussen Meppel en Leeuwarden. Een maand later komen de speciale Sandite-stellen in deze diensten te rijden. In voorgaande jaren rijden de treinstellen hier ook al met de gladheidsbestrijdende gel, maar dan zonder reizigers. Begin 2020 verdwijnen de stellen weer uit het noorden. In april dat jaar verdwijnen ze ook uit de laatste sprinterdiensten rond Utrecht.

Door de instroom van de nieuwe SNG-treinstellen gaat een groot aantal SGM-treinstellen tussen eind 2019 en het voorjaar van 2020 terzijde. In februari 2021 volgt opnieuw een aantal exemplaren. Een klein deel blijft hierna in de reizigersdienst actief in afwachting tot de terugkeer van de tijdelijk terzijde gestelde DDZ-treinstammen én om in het najaar nog eenmaal de Sandite-ritten te kunnen rijden. Treinstel 2133 is intussen toegewezen aan het Spoorwegmuseum en is vanaf eind augustus 2020 in het museum te zien. De 2134 gaat begin 2021 over naar ProRail Incidentenbestrijding. De andere terzijde gestelde treinstellen zijn intussen in de loop van 2021 gesloopt.

Bij het ingaan van de dienstregeling 2021 rijden de laatste treinstellen planmatig alleen nog een deel van de sprinterdienst tussen Amsterdam, Haarlem en Zandvoort/Hoorn, tussen Apeldoorn en Twente en tussen Den Haag en Dordrecht. Vanaf februari 2021 zijn de laatste 27 stellen planmatig alleen nog in laatstgenoemde sprinterdienst te zien, in de regio waar het in 1975 allemaal begint. Hoewel het in eerste instantie de bedoeling is de laatste stellen, met uitzondering van de ‘Sandite-stellen’ in de loop van 2021 buiten dienst te stellen, houdt NS alle negen tweewagenstellen en achttien driewagenstellen nog tot december 2021 in dienst. Naast de inzet in genoemde sprinterdienst, staat een deel op reserve om bij gebrek aan ander materieel elders ingezet te kunnen worden. Naast diverse sprinterverbindingen in de Randstad, verschijnen de stellen ook regelmatig de Intercitydienst tussen Leiden en Utrecht. Ook duikt regelmatig een SGM-treinstel op in de sprinterdienst tussen Arnhem en Ede-Wageningen.

Vanaf juli 2021 rijden de treinstellen opnieuw planmatig een deel van de sprinters tussen Amsterdam, Haarlem en Zandvoort/Hoorn om zo ander materieel vrij te maken voor de diensten van DDZ-treinstammen. Begin september 2021 waaieren de treinstellen opnieuw over een groot deel van het land uit. Belangrijkste reden is de naderende herfst waarin de treinstellen nog eenmaal met hun Sandite-installatie verschillende bosrijke trajecten gaan berijden. De treinstellen gaan hierbij onder andere weer planmatig op de Veenendaallijn en tussen Utrecht en Baarn rijden. Ook keert het materieel terug tussen Apeldoorn en Twente. Eén Sandite-stel pendelt vanaf oktober zonder reizigers tussen Roosendaal en Vlissingen. Tenslotte zijn de treinstellen in het hele land te zien als invaller voor ander materieel.

Volgens plan gaan de laatste vertegenwoordigers van het eerste sprintermaterieel bij het ingaan van de nieuwe dienstregeling op 12 december 2021, definitief terzijde. De geplande afscheidsrit is vanwege de coronamaatregelen tot nader order uitgesteld. Volgens hardnekkige geruchten zal ook de laatste rit in de reizigersdienst nog wel even op zich laten wachten…

Al sinds de jaren '80 is in het Spoorwegmuseum een sprinterkop te vinden. De kop behoudt altijd de originele kleurstelling van het SGM. Utrecht, 20 juni 2021.

Het Stadsgewestelijk Materieel is in eerste instantie bestemd voor nieuw te ontwikkelen voorstadsverbindingen waarbij een combinatie van trein- en metrovervoer moet ontstaan. De plannen voor de aan te leggen railverbinding tussen Utrecht en Nieuwegein zijn bij de ontwikkeling van het nieuwe materieel al redelijk concreet. De vijftien proefstellen krijgen dan ook de bestemming Nieuwegein op de koersrollen. Nog voordat NS de eerste vervolgbestelling doet, is echter al besloten de verbinding uit te voeren als sneltramlijn. Hierna dragen de vijftien treinstellen nog lange tijd een kleine herinnering aan de grootse plannen uit de jaren ’70.

Dertig jaar na de ambitieuze plannen voor een gecombineerd net van metro- en treinverbindingen zijn de Zoetermeerlijn en de Hofpleinlijn van traditionele spoorlijn omgebouwd tot metro-/sneltramlijn. Hierbij verdwijnt de aansluiting op het spoorwegnet en maken de klassieke sprinters plaats voor sneltrammaterieel. Tien jaar later is ook de Hoekse Lijn op het Rotterdamse metronet aangesloten. Een aansluiting op het spoorwegnet blijft in stand voor het goederenvervoer. Conventioneel reizigersmaterieel kan ook hier niet meer rijden.

Voor de verbinding Den Haag – Rotterdam – Dordrecht zijn nog altijd plannen voor een integratie van de trein- en metroverbinding. Het Stadsgewestelijk Materieel, dat onder andere hier de laatste kilometers rijdt, zal dit uiteraard niet meer meemaken.

De inzet van de laatste treinstellen is te volgen via Treinposities.nl

Meer informatie over de afscheidsrit is te lezen via NVBS.com

Op de foto hierboven is de sprinterkop die al sinds de jaren ’80 in het Spoorwegmuseum staat, te zien. De kop is in de loop der jaren op verschillende manieren ingericht, maar behoudt altijd de originele kleurstelling van het SGM. Utrecht, 20 juni 2021. Op de foto boven dit artikel is treinstel 2951 op 18 april 2021 even ten zuiden van Delft onderweg als sprinter van Den Haag naar Dordrecht. Een dienst waar het materieel, weliswaar met onderbrekingen, ruim veertig jaar te zien is.