Trajecten

Als onderdeel van de derde reeks staatslijnen is begin jaren '80 van de negentiende eeuw de spoorlijn Amersfoort - Kesteren aangelegd. Na enig gesteggel tussen verschillende spoorwegmaatschappijen gebruikt de HSM de spoorlijn vanaf 1890ls internationale hoofdlijn. Eerst tussen Amsterdam en het Ruhrgebiet, later naar Limburg, Luxemburg en zelfs Zwitserland. Wanneer de beschadigde Rijnbrug bij Rhenen na de Tweede Wereldoorlog niet hersteld wordt, blijft de spoorlijn tussen Amersfoort en Rhenen in gebruik voor het goederenvervoer. In 1981 neemt NS bij De Haar voor het reizigersvervoer een nieuwe aansluiting naar Veenendaal en Rhenen in gebruik. Het goederenspoor wordt ingekort tot Woudenberg-Scherpenzeel en vanaf 1988 tot auto-importeur PON in Leusden.

De aanleg van aparte spoorlijnen voor het vervoer van goederen van en naar de Amsterdamse haven start al in 1847. Door de opening van het Noordzeekanaal en de verbinding tussen de verschillende spoorlijnen via het geplande Centraal Station komt de aanleg van de Amsterdamse havengebieden en de bijbehordende havenlijnen in de tweede helft van de jaren '70 van de negentiende eeuw goed op gang. Het rangeerterrein De Rietlanden vormt het centrale punt van het groeiende netwerk van havensporen. In de loop der jaren verplaatst de Amsterdamse haven zich steeds verder naar het westen en krijgen de oude havengebieden nieuwe bestemmingen. De uitgebreide spoorweggeschiedenis is hierbij vrijwel overal uitgewist.

De zogenaamde Oosterspoorbaan verbindt sinds juni 1874 Hilversum met Utrecht. De spoorlijn loopt langs de oostzijde van de Domstad en heeft als hoofdstation het Maliebaanstation. Hierna loopt de spoorlijn door naar Lunetten waar de lijn aansluit op de bestaande lijn naar 's-Hertogenbosch en later ook naar Arnhem. Het overstapstation Lunetten is in 1932 gesloten en zeven jaar later stopt ook de reizigersdienst naar het Maliebaanstation. Hier is in 1954 het Spoorwegemuseum geopend. De spoorlijn blijft echter nog wel van belang voor het goederenvervoer en als omleidingsroute. In oktober 2012 is het baanvak Utrecht Maliebaan - Lunetten gesloten. 

Aan het begin van de twintigste eeuw legt de Noord-Friesche Locaalspoorweg-Maatschappij in het noorden van Friesland enkele lokaallijnen aan. NS sluit de lijnen al voor de Tweede Wereldoorlog voor het reizigersvervoer. Hierna blijven grote gedeeltes van het NFLS-net nog tientallen jaren open voor met name het vervoer van aardappelen. Het duurt nog tot 1997 wanneer NS het goederenvervoer op het baanvak Leeuwarden - Stiens, als laatste deel van het vroegere NFLS-net, opheft. Diverse delen van de vroegere spoorlijnen zijn nog in het landschap te herkennen. Bovendien is een groot deel van de stationsgebouwen bewaard gebleven.

Bij de ontwikkeling van de eerste spoorlijnen in Nederland gaat het vooral om een goede verbinding met Duitsland. Naast een snelle verbinding met Berlijn en andere grote steden is de aanvoer van kolen uit het Ruhrgebied voor de groeiende Nederlandse industrie een belangrijke reden voor de aanleg van de spoorlijnen. De Rhijnspoorweg tussen Amsterdam en Keulen is dan ook éen van de eerste spoorlijnen in Nederland. Na de NRS volgen ook de andere grote spoorwegmaatschappijen en worden aparte spoorwegmaatschappijen opgericht om spoorwegverbindingen met Duitsland aan te leggen. Door de afnemende concurrentie op het spoorwegnet is een groot deel van de grensoverschrijdende verbindingen inmiddels weer gesloten.

Terwijl de aanleg van spoorlijnen in Nederland moeizaam op gang komt, kent België halverwege de negentiende eeuw al een uitgebreid spoorwegnet. Vanuit België zijn bovendien verschillende verbindingen naar Nederlandse grenssteden aangelegd. Naast de verbinding tussen diverse industrie- en havensteden en verschillende mijnbouwgebieden willen de diverse spoorwegmaatschappijen ook aantrekkelijke verbindingen tussen de grote Europese steden creëren. Door de afnemende concurrentie is een deel van de grensoverschrijdende verbindingen inmiddels weer gesloten.

De Groninger Locaalspoorwegmaatschappij legt in 1893 met de spoorlijn Sauwerd - Roodeschool de eerste lokaalspoorlijn van Groningen aan. In de daaropvolgende jaren start de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij met de aanleg van een netwerk van lokaalspoorlijnen met als belangrijkste lijn een spoorwegverbinding tussen Twente en de haven van Delfzijl. Naast de NOLS leggen nog enkele spoorwegmaatschappijen aansluitende lokaalijnen in de regio aan. Van het oorspronkelijke NOLS-netwerk zijn alleen de spoorlijnen Zwolle - Emmen, Mariënberg - Almelo en Veendam - Zuidbroek nog in gebruik. Ook tussen Sauwerd en Roodeschool rijden nog altijd reizigerstreinen. De STAR exploiteert bovendien het baanvak Veendam - Stadskanaal - Musselkanaal als museumspoorlijn. 

In 1884 begint de Geldersch-Overijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij met de aanleg van een net van lokaalspoorwegen in de Achterhoek en Twente. De spoorwegverbindingen zijn voornamelijk bedoeld voor de ontsluiting van de opkomende industrie in de regio. De lokaallijnen zorgen enerzijds voor de aanvoer van steenkool voor de fabrieken en anderzijds voor de afvoer van de producten van deze fabrieken. Bovendien vervoeren de treinen de arbeiders voor diezelfde fabrieken. In aansluiting op het net van de GOLS zijn nog diverse extra lokaallijnen aangelegd. Door de economische crisis in de jaren '30 en de opkomst van de vrachtwagen, de autobus en het particuliere fietsbezit, sluit een groot deel van het netwerk van lokaalspoorwegen al voor de Tweede Wereldoorlog.

Aan het einde van de negentiende en begin van de twintigste eeuw laat de Nederlandsche Centraal Spoorweg-Maatschappij als aanvulling op de eigen Centraalspoorweg door verschillende dochterondernemingen buurtspoorwegen rondom Utrecht aanleggen. Eén van de ondernemingen is de Nederlandsche Buurtspoorweg-Maatschappij die, in aansluiting op de Centraalspoorweg, een zeven kilometer lange lokaalspoorweg van De Bilt naar Zeist aanlegt. De dubbelsporige lokaallijn wordt in augustus 1901 geopend. Tegelijkertijd met de aanleg van de spoorlijn ontwikkelen zich enkele villadorpen in de bosrijke omgeving. Deze ontwikkeling is mede mogelijk door investeringen van de spoorwegmaatschappij, zo is de NCS grootaandeelhouder van NV Villapark Bosch en Duin.

Als onderdeel van de laatste grootschalige periode van aanleg van spoorlijnen door de Staat is in de jaren '80 van de negentiende eeuw de spoorlijn Lage Zwaluwe - 's-Hertogenbosch aangelegd. Doordat de regio bekend staat als de Langstraat, krijgt de spoorlijn de officieuze bijnaam Langstraatspoorlijn. De verbinding is vooral van belang voor de schoenen- en lederindustrie in de regio en krijgt hierdoor ook de tweede bijnaam Halvezolenlijn. Op 1 augustus 1950 staakt NS de reizigersdienst tussen Lage Zwaluwe en 's-Hertogenbosch. Tegelijkertijd is het goederenvervoer tussen Geertruidenberg en Raamsdonk opgeheven. Op de baanvakken tussen Lage Zwaluwe en Geertruidenberg en tussen 's Hertogenbosch en Raamsdonk rijden nog tot in de jaren '70 goederentreinen. In 1976 opent NS in Made en Drimmelen een nieuwe spooraansluiting naar het industrieterrein Weststad in Oosterhout. Het traject tussen Lage Zwaluwe en Oosterhout is nog altijd in gebruik voor het goederenvervoer.